Bloesem

Bloesem

Kent u dat? De drang uw haar te laten groeien, vlechtjes te maken in uw gitzwarte, volle, sterke manen. Een spitsige veer achterop. Kleding van buffelhuiden met ingesneden sliertjes. Vegen van de rode aarde op de toet. Kortom, een indiaan te willen zijn. Of native American – om het netjes te houden.

Geen Facebookverafgoding, maar de buffels in het open veld. Vond Marlon Brando ook een goed idee. ‘I made him an offer he can’t refuse’ kwam in zijn acteercarrière op voor de indianen die volgens hem door Hollywood steevast als vleesgeworden racistische stereotypering werden gefilmd en verfilmd.

Wilde Steven Spielberg verandering in aanbrengen – te zien aan zijn puike serie Into The West. De regisseur toont de gitzwarte bladzijden uit de prille Amerikaanse geschiedenis, zoals het bloedbad van Wounded Knee, in 1890.

Punt blijft: Je kunt films kijken en naar Marlon Brando luisteren, een prachtige wereldverbeteraar met een wereldse kaak (en een kei in kids verwekken), tot je een ons weegt. Er ontbreekt altijd iets.

Wat dan?
Een authentieke indianennaam.

Mijne was Sleeping Bear, vond m’n vriendin. Omdat ik… (Exact). En nog geloofwaardig ook, want zo heette een indiaan in Spielbergs miniserie.

Punt twee was: Mijn vriendin wilde ook toegelaten worden tot de Lakota indianenstam en smeekte om een indianennamengenerator te raadplegen. (Ik wist ook niet dat ‘ie bestond).

Ze vulde wat leuke vraagjes in. En… Pief paf poef! Good Fortune, heette ze voortaan. Mijn laptop toonde een foto van een krachtige indianenvrouw, vergezeld door een luipaardachtige. Uitstekende naam. Goed geluk stond gebeiteld op haar giecheltje.

‘Nu ik’, drong ik aan. Een snurkende dikke beer als bijnaam is zoiets als Dopey (Stoetel) te worden genoemd, die kale stuntel van de zeven dwergen. Niet per se iets wat je graag wilt.

De namengenerator begon te werken en te zweten en te zwoegen, te zien aan de draaiende moertjes en boutjes midden in beeld.

Klaar.

Een kolossale, volle witte bloem vulde het scherm. Mijn heldhaftige indianennaam was ‘Bloesem’.

‘Allrightie then’, vrij naar Ace Ventura, de knotsgekke dierendetective. Zou een goede, nonchalante en zorgeloze reactie zijn geweest.

‘Wat gaaaaaay’, zei ik in werkelijkheid met een hoog stemmetje. De – gelukkig – enige getuige vouwde zichzelf automatisch dubbel, hapte naar adem en slaakte piepende halen uit.