De blunder en de debuterende doelman

(C) YouTube

(C) YouTube


Mile Svilar, Mile Svilar, Mile Svilar. Wat jammer, wat jammer, wat jammer. Voor alle duidelijkheid: Mile Svilar is niet Servisch voor ‘wat jammer’, maar een Belgisch-Servische doelman van 18-jaar. Plots vertrok hij afgelopen zomer bij het statige Anderlecht voor slechts 2,5 miljoen euro naar het Portugese Benfica. Een bijzondere roos voor een rijksdaalder, in voetbalgeld.

De diva-doelman eiste een basisplaats. Anderlecht had genoeg andere keepers, ze vroegen om geduld. Een doelman is immers als wijn. Pas na hun 30ste verliezen ze (hopelijk) hun keepersstreken. Maar zijn vader Ratko en hij hadden Gianluigi Donnarumma zien debuteren bij AC Milan op zijn zestiende; op zijn zeventiende keepte de Italiaan al voor La Squadra Azzurra.

Waarom ik schrijf over een Belgische-Servische doelman van 18 jaar? Het zijn de debutanten, de voetbaltalenten waarin nog het intense, onbevreesde en oprechte voetbalgeluk schuilt – voor mijn gevoel. Altijd speur ik online naar opstellingen en de reservebank. Is er nog een spruit die misschien een kans krijgt van de trainer? Zo dus ook Mile Svilar.

En Mile keepte nu voor het eerst in de Champions League. Als jongste debuterende doelman ooit. Jonger dan Iker Casillas. 18 jaar en 57 dagen. Tegen Manchester United.

Debutanten mogen een foutje of twee maken. Helaas voor Mile gaat dat niet per se op voor een doelman. Dan heeft dat al vrij snel – op zijn zachtst gezegd – een fatale afloop.

Het is veiliger te debuteren als buitenspeler. Lekker frank en vrij fladderen langs de flanken, acties maken met het gas erop, naïef voor de zevende keer weer proberen, na zes mislukte, maar zeer heldhaftige pogingen of afzwaaiende voorzetten. Het maakt niet uit. Teamgenoten letten op hem, ze werken desnoods wat harder, om het kuiken te ontzien, ze vangen de klappen op na balverlies. Delen tackles uit om hem wéér de kans te bieden. Toe maar, ga vooral je gang.

Maar dat zou vreemd zijn voor een doelman, beginnen als buitenspeler.

Eerste doelman Júlio César, die met Sneijder de Champions League won, nu 38 jaar, heeft last van zijn rug. Zodoende mag Mile opdraven. En ook omdat Benfica afgelopen zomer Ederson voor 40 miljoen aan Manchester City verkocht.

Een bal komt aan suizen vanaf de flank; een vrije trap van Marcus Rashford. De voorzet is veel te hard, inlopende spelers rennen zogezegd voor niks. De bal komt bij Mile, compleet in het maagdelijke wit. Wat een prachtig toeval.

De gelijkenis met zijn vader die zestien seizoenen bij Antwerp FC onder de lat stond is ook al zo treffend. Het is dat Mile zijn haar net heeft gekortwiekt, vast speciaal voor deze wedstrijd, maar ook hij draagt zijn haar het liefst zoals een leeuw dat graag ziet. (Al bundelde zijn vader de boel niet met een rood haarbandje).

Rashfords voorzet is niet zo heet als een gefrituurde bitterbal – Mile kan de bal klemmen. Maar hij is wel zo zwaar als een sloopkogel die het gemunt heeft op een troosteloze en verwaarloosde flat, zo lijkt het. Mile wordt gedwongen naar achteren te lopen, met de armen strak voor zich uit.

Vlug hupt hij weer terug. Alsof de bal en hij samen een dans opvoeren. Hij loopt er zelfs bijna de vijfmeter mee uit, de arbiter op de achterlijn met zijn stok aankijkend. Maar elke stap maakt hem verdachter en verdachter. Hij weet het dondersgoed: ik ben over de doellijn geweest.

Doelpunt. 1-0 voor Manchester United. En het valt te verwachten. Daar blijft het ook bij. Benfica staat stijf onderaan met zero pontos in de groep.

Mile wrijft met zijn grote handschoenen in zijn ogen, alsof hij de fout zo weg kan poetsen. Hij zoekt nog met zijn wijsvingers bij zijn neusvleugels, maar het helpt allemaal niet. De waterige kraaloogjes kijken omhoog naar het Portugese publiek in Estádio Da Luz. Bezwaard gooit hij de handen in de lucht. Tweemaal fluistert hij: Sorry, sorry!

Uitgerekend Marcus Rashford is de kwelgeest. Hij die een aardig woordje mee kan praten over dromend debuteren, maar dan zonder benauwdheid, zonder paniek. Voor Manchester United in de Europa League, twee keer scorend. In de Premier League tegen Arsenal, weer tweemaal. Voor Engeland na welgeteld 18 seconden tegen Australië. Met een hattrick voor Engeland Onder 21. In de League Cup. En in de Champions League scoorde hij ook direct.

En nu dus weer, tegen Mile.

Na het laatste fluitsignaal ontwaakt Mile bezweet, met het hart in de keel en doffe maar grote ogen die enkel en alleen kunnen staren. Staren in het niets.

Landgenoot Romelu Lukaku, ook al zo’n fijn recordmannetje (met 16 jaar en 11 dagen de jongste debutant van Anderlecht), loopt op Mile af.

‘Luister naar me’, zal de spits hebben gezegd. ‘Probeer dit alsjeblieft te vergeten. Het zou zonde zijn om hierin te blijven hangen. Je bent een geweldige doelman, een groot talent. Dit gebeurt nu eenmaal. Het hoort erbij. Er komen nog zoveel wedstrijden. Zoveel duels waarin je kunt laten zien waartoe je in staat bent.’

En terwijl Lukaku dat allemaal zegt, legt hij eerst zijn handen op Miles schouders. Daarna timmert hij met zijn vlakke rechterhand op Miles hart.

Al die tijd kijkt Mile verdwaasd voor zich uit, turend over Lukakus schouder. Hij knikt wat, stamelt een paar keer ‘ja’. Vechtend tegen zijn tranen.

Lukaku plakt zijn grote handen op de wangen van de 18-jarige doelman. Het gezicht verdwijnt haast in die grote klauwen. Het maakt Mile niet uit. Kon hij dat maar. Verdwijnen.