Frontman The Black Cult is een ‘verschrikkelijk prinsesje’

‘Gelegenheidspunkband’ The Black Cult deed gisteravond ‘de minuut’ in De Wereld Draait Door. Vandaag presenteert de band zijn debuutalbum in OT301, Amsterdam en morgen in Vera, Groningen. Een plaat vol ‘liefdesverdriet en verveling’. Frontman Douwe Doorduin: ‘Ik ben helemaal geen stoere jongen.’ Nee, hij blijkt een ‘verschrikkelijk prinsesje’, met plankenkoorts.

20160122_Douwe Doorduin_2574-hr klein

In een artiestenvertrek hoog boven in het Groningse poppodium Vera laat Douwe Doorduin (21) glunderend, met grote ogen, de voorpagina van het Dagblad van het Noorden zien. Frontaal op de foto: De frontman van The Black Cult geknield op het podium in een mist van rood licht, terwijl zijn witte gitaar hoog boven hem uit torent.

Op de tweede dag van Eurosonic Noorderslag is het dus wéér raak. Die woensdag stond de band al met een interview in de Volkskrant. Hij lacht: ‘Morgen The Huffington Post of The New York Times. En The Guardian kan altijd nog.’ Doorduin praat honderduit, vol bravoure, maar vooral snel. ‘Ik heb al te veel koffie gehad vandaag.’

Zijn stemming is vergelijkbaar met de sound van The Black Cult: ‘Het zijn twaalf nummers in… 28 minuten. Geen tempowisselingen, niet verslappen.’ Zoals het punk betaamt. Maar met nadruk wil Doorduin het geen punkmuziek noemen. Gelegenheidspunk mag wel, zoals de Groningse kunstenaar Bert Scholten The Black Cult omschreef. Het streven is een stevig, maar catchy popgeluid.

‘Was ik maar een punker,’ zegt Doorduin. Zijn nummers gaan over ‘ex-vriendinnetjes, liefdesverdriet en verveling’. ‘Super stereotype en puberaal, iedereen doet dat. Teksten zijn niet mijn sterkste punt. Voor mij gaat het om de energie, ik vind het gitaarrifje, de melodie en mijn stem belangrijker dan de tekst.’

‘En ik heb het geprobeerd; heel stoere nummers schrijven, maar dat lukt me niet, ik ben ook helemaal geen stoere jongen. Ik ben een verschrikkelijk prinsesje als het aankomt op shows.’

Het is zo erg, vertelt Doorduin, dat de oude bassist Jilles Hazenberg het album eigenlijk wilde omdopen tot ‘I don’t want to be your girlfriend’. Dat durfde de zanger en gitarist niet aan, maar de albumhoes is wel knalroze. En het logo binnenin lijkt op een mierzoet en dito rozen snoephartje met daarop niet de gebruikelijke woorden als ‘happy’, ‘geluk’ of ‘schat’, maar The Black Cult.

Niet dat Doorduin voor optredens groene M&M’s of Cristal champagne eist. Hij heeft te kampen met plankenkoorts. ‘Ik kan heel slecht met zenuwen overweg.’ De grote ogen van zoeven keren terug, maar zijn nu serieus. ‘Het is een groot probleem. Ik kan niet meer functioneren voor een show. Ik kan niet eten, niet goed met mensen praten, ik voel me ook verschrikkelijk ziek. En ga af en toe zelfs over mijn nek. Het zijn de zenuwen en adrenaline.’

Waar het door komt? Hij weet het niet. Het is iets van de laatste tijd. ‘Op een gegeven moment word je zelfbewuster. Er komt steeds meer druk op de band te staan, met platendeals et cetera. Ik wil graag dat elke show goed is. Ik wil altijd presteren, dat maakt mij extreem zenuwachtig. Je weet niet of dat gaat lukken. Soms lukt het ook niet.’

Na twee of drie nummers verdwijnt het misselijke gevoel (‘alsof je veel te veel koffie hebt gedronken’), maar of hij er ooit helemaal los van komt? Doorduin betwijfelt het. ‘Eigenlijk vind ik het ook wel lekker. Het heeft ook wel wat. Je komt in een zone. Ik krijg er meer energie van, maar ik moet wel echt gewoon meer eten voor shows.’

Plankenkoorts of niet. Voor The Black Cult moeten de plaatpresentaties in Amsterdam en Groningen het startschot zijn van een jaar vol nieuwe festivals én nummers. Doorduin wil door. ‘Ik wil binnen een jaar nog een plaat uitbrengen. Maar laten we eerst afwachten.’ Weer die twijfel: ‘Je weet niet hoe die eerste valt, hè.’

Foto: Jan Westerhof