Jolly Caffè

Koffiebonen

‘Wilt u een kopje koffie?’ 

Het was het eerste dat de man mij vroeg nadat ik me door de glazen entree van zijn wijn- en koffiezaak duwde. De man, met warrig bruin haar, waarin de vergrijzing zich nadrukkelijk nestelde, veerde trots op vanachter de toonbank toen de nonchalante bel mijn binnenkomst akelig verried.

De kassa zelf was nauwelijks zichtbaar. Het centrum van waar koopman en koningklant elkaar vinden, was eerder een soort bunker, gemaakt van flessen wijn.

Ik excuseerde me. ‘Nee, dank u, volgens mij heb ik vandaag al te veel gedronken.’ Nou, inderdaad, het rusteloze gevoel van zoeven, na 3 dampende bakjes slobber, had ik proberen te temmen met de koolhydraten en kalium van een banaan. Zonder bijzonder veel resultaat.

Toch was het sap van satan, zoals cabaretier Ronald Goedemondt dat mooi omschreef, wel degelijk de aanleiding dat de gespecialiseerde toko van de goedlachse man mijn aandacht trok. ‘Buiten las ik dat u koffie verkoopt, maar ik zie eigenlijk alleen wijn,’ grijnsde ik weinig subtiel.

De titel van de winkel die een fiftyfifty aanbod deed vermoeden, van gebottelde geschifte druiven en gebrande koffiebessen, bleek een vals gelokt voorwendsel. Mijn toch wel plotselinge interesse voor koffie – ik hoopte een vervanger van Simon Levelt te hebben gevonden, en nog op geen steenworp afstand ook – viel in duigen toen hij naar een donkere gevlochten mand wees met daarin langwerpige homogene rode verpakkingen.

‘Jolly Caffè. De beste uit heel Italië,’ zei de nog altijd even fiere eigenaar met een Youp van ’t Hek brilletje. Hij haastte zich erbij te vermelden dat het heus niet het enige was dat hij aan koffie verkocht. ‘Ook de apparaten, hoor.’ Waarop ik mij naar links draaide en blinkende metalen machines voor het zijraam zag opgesteld. Ik knikte.

Jolly Caffè… Die naam bleef zeker hangen. Zo noem ik mijn vriendin vaak. Niet Jolly Caffè natuurlijk, maar Jolly.

Schier vergat ik dat ik me nog steeds in zijn wijnbunker begaf. En wie een winkel betreedt, wordt geacht iets te kopen. Niemand wil opdringen – al maken verkopers graag een uitzondering – maar dat is wel de Pointe.

Ik moest hem teleurstellen. Ik was mijn huis ontvlucht voor een schepje lucht en in plaats van het plafond het zwerk te kunnen zien, maar wel zonder telefoon, zonder portemonnee; alleen de sleutelbos huppelde vrolijk in de rechter binnenzak van mijn jas.

Nadat de nu iets minder opgetogen eigenaar en het deurbelletje mij een fijne dag wensten, liep ik langs de gracht. Jolly Caffè…  Ik moet die boontjes eens in een filter gooien. Als de ondernemer slechts een enkele smaak aanbiedt, moet het wel goed zijn – gevoelig als ik ben voor reclame en marketing. The best Italian coffee there is!