Wielerjargon: De sprinttrein

De Tour de France. Drie weken lang strooien commentatoren Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot met woorden die op het eerste oog bedacht lijken. Ter plekke verzonnen. Maar het zijn wielertermen. De koers kent zijn eigen taal. Wat betekenen woorden als linkeballen, waaiers, mongolenwaaiers, chasse patate, stoempen en kwakjes?

Vandaag: de sprinttrein.

14580597152_553d6ca700_z

Wanneer een massasprint aanstaande is, kan de treinspotter zijn geluk niet op.

Een sprinter kan het niet alleen. Een sprinter zonder ploeg is als een wagon zonder locomotief en in dit geval locomotieven. Ploeggenoten proberen hem samen te lanceren.

Het peloton transformeert in een op hol geslagen kudde bizons. En met zo weinig ruimte is het lastig een trein op de rails te krijgen. Communicatie is alles. Een kleine fout kan immers catastrofaal zijn. Zeker met 65 kilometer per uur.

Met nog tien kilometer te gaan is het dringen voorin het peloton. Meerdere ploegen trekken in formatie naar voren. Rijen van zes à zeven renners rijden met een noodtempo naast elkaar.

De sprinttreintjes zijn in fel gevecht. Het is een sprint in een sprint. De renners verdedigen hun positie door kwakjes, duwtjes te geven aan de concurrentie. De trein aan kop levert vaak de winnaar van de etappe af.

In een lint fietsen ploeggenoten met de tong op het stuur. Ze rijden in het rood, tot de voorste niet meer kan. Hij stuurt naar de zijkant. Het werk zit erop. De volgende in de slipstream neemt over. Tot de laatste wagon: de sprinter.

Maar misschien is de belangrijkste rol wel weggelegd voor de leadoutman, de laatste renner voor de sprinter. Hij is de aanvoerder. Coachend en schreeuwend wanneer zijn renners moeten versnellen, vertragen of als gevaar dreigt.

De leadoutman heeft ogen in zijn rug. Hij is de babysitter van de sprinter. Als de sprinter het tempo niet aan kan en achterop raakt, moet de leadoutman hem terugbrengen. Anders ontspoort de trein en raakt een overwinning uit zicht.

Dan komt de leadoutman op kop. Hij rijdt de straatstenen eruit en legt de sprinter in een gespreid bedje. Stuk gereden stuurt ook hij naar de rand van de weg.

Tijd voor de sprinter, de antiloop van het stel. Daarachter maken hyena’s jacht op hem. Jaloers omdat zij niet over zo’n goede trein beschikken. Maar de sprinter ontkomt en gaat als eerste over de meet.

Vanaf ongeveer dertig meter kijkt de leadoutman blij toe. Zijn taak is niet zo ondankbaar als het lijkt. Juichend zweept hij het publiek achter de hekken op. Het is ook zijn feestje.

 

 

Foto: Marc

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>