Wielerjargon: Hongerklop

De Tour de France. Drie weken lang strooien commentatoren Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot met woorden die op het eerste oog bedacht lijken. Ter plekke verzonnen. Maar het zijn wielertermen. De koers kent zijn eigen taal. Wat betekenen woorden als linkeballen, waaiers, mongolenwaaiers, chasse patate, stoempen en kwakjes?

Vandaag: de hongerklop.

3591535-3291518569-demen

Eén van de grootste angsten van een wielrenner. De hongerklop, fringale in het Frans.

Met een bivakmuts besluipt de hongerklop stilletjes zijn prooi. Sluipvoetend. Als een dief in de nacht slaat hij toe. Hij berooft de renner van al zijn energie. Als een dementor uit de tovenaarswereld van Harry Potter.

De renner zelf staat erbij en kijkt ernaar.

Hij kan niets doen. De hongerklop laat zijn slachtoffer verloren achter. Machteloos zit de renner op zijn fiets. Weg vitaliteit. Weg vermogen. Zelfs een beroep op grinta helpt niet. Het is een inzinking van de bovenste plank.

Bij een hongerklop vergeet de renner letterlijk te eten. Vooral bergop overkomt het hem vaak. Door de flinke inspanning komt hij simpelweg weinig of te laat aan eten toe.

Een gebrek aan koolhydraten is de oorzaak. Het lichaam schakelt over van vet verbranden naar eiwitten. De renner kan dan nog maar de helft aan energie wegtrappen. Hij tast diep in zijn reserves.

Gierhonger is de eerste reactie. Proppen wat hij proppen kan. Tijdrovend werk. De koolhydraten moeten eerst de bloedbaan in op weg naar de spieren. Het is te laat.

Bovendien is ‘het buffet gesloten’ aan het einde van een etappe. De eerste vijftig en de laatste twintig kilometers mag de ploegleider vanuit de wagen niets meer uitdelen.

Maar van honger is ook geen sprake. Op een koersdag neemt hij ongeveer 8.000 kilocalorieën tot zich. Ter vergelijking: een volwassen man heeft dagelijks 2.500 à 3.000 nodig.

Gevoelsmatig is eten niet noodzakelijk. Daarom is het voor de fietser een dagtaak, een discipline. Het niveau van de koersinspanning is dermate hoog en dus ook het energieverbruik. De toevoer van energie moet constant op gang worden gehouden.

De hele dag eten. Nou ja, eten? Eerder schransen, wegharken, buffelen, bunkeren. Sloten water en zoete drank, pannen pasta, een heel brood, een complete moestuin en een musette (etenszak) vol gelletjes en energierepen. Voedsel voor een heel weeshuis.

Allemaal in dat dunne lichaampje. Een normaal mens krijgt dan het postuur van een Michelinmannetje. Nee, de renner blijft uitgemergeld, terwijl hij calorieën bij het leven naar binnen schuift.

En de renner met zijn hongerklop?

Hij hoopt op een opleving, maar kan lang wachten. Stoempend, harkend, vierkant peddelt hij naar boven. Zelf wil hij nog wel, maar zijn benen kunnen niet meer.

Hij staat geparkeerd en roept om zijn moeder.

 

Foto: Dementor

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>